Laden

RTL Nieuws

Waarom ben je vooral met een booster goed beschermd tegen omikron?

Ischa Gerrits · · Aangepast:
Veel Nederlanders hebben al twee vaccinaties gehad, en nu komt de derde er alweer aan. Fabrikant Pfizer zegt dat je na 3 prikken beschermd bent tegen de omikronvariant. Is die booster inderdaad nodig voor de immuniteit? En als dat dan zo is, waarom? Maak RTL je Google-favoriet
Waarom ben je vooral met een booster goed beschermd tegen omikron?

Die vraag beantwoorden we in deze corona-update. Het lijkt namelijk nogal logisch: een farmaceut die het eigen vaccin aanprijst, maar de wetenschap beveelt de derde prik ook aan. Sterker nog: je krijgt er een nog betere immuniteit voor terug dan na je tweede vaccinatie.

Antistoffen nemen toe

Dat blijkt uit Britse onderzoeken die zijn gedaan en immunoloog Ger Rijkers onderschrijft die gang van zaken. "De hoeveelheid antistoffen neemt nog verder toe na een derde boosterprik, en de kwaliteit ervan wordt ook beter."

Lees ook

GGD-topman: 'Half maart een booster voor iedereen die dat wil'

Klinkt leuk, maar hoe werkt dat dan? Rijkers legt het uit met een rekenvoorbeeld. "Stel je hebt één cel die antistoffen kan maken. Na vaccinatie worden dat 10 cellen, 5 daarvan gaan antistoffen maken, 5 worden geheugencellen. Na de tweede prik worden het 50 cellen, die vallen uiteen in 25 antistofcellen, en 25 geheugencellen. En na de booster worden het 250 cellen. 125 antistoffen, 125 geheugencellen."

Vergelijking met tetanus

De rekensom van Rijkers is natuurlijk een versimpeling van een moeilijk systeem dat zich in je lichaam afspeelt. En uiteindelijk is dit rekenmodel ook niet oneindig. Maar het werkt hetzelfde als bij bijvoorbeeld tetanus, zegt Rijkers: "Die prik krijgen kinderen zes keer, en iedere keer gaat het aantal antistoffen flink omhoog."

Er is wel één voorwaarde. Je hebt namelijk weinig aan veel antistoffen of geheugencellen als ze het virus helemaal niet meer herkennen. Zo ver gaat het met omikron nog niet, zegt Rijkers, al werken de vaccins al wel minder goed dan bij de eerdere varianten. En dan is een booster juist nuttig. "Meer is in het dagelijks leven niet altijd beter, maar in de immunologie wel", zegt Rijkers.

Meer dus, maar waarom beter?    

Dan de tweede bevinding: de kwaliteit van de antistoffen zou na een booster beter worden. Klopt ook, zegt Rijkers. Voor die uitleg heeft Rijkers helaas geen handig rekenmodelletje. Toch doet hij een poging om het zo gemakkelijk mogelijk duidelijk te maken.

Een antistofcel moet namelijk worden geactiveerd voordat hij daadwerkelijk antistofcellen gaat aanmaken en het is niet zo dat alle cellen even sterk en goed zijn, zegt Rijkers.

De beste antistoffen blijven over

"Net als bij het virus, treden er bij vermenigvuldiging van antistofcellen mutaties op", zegt Rijkers. "En er zijn cellen die zich ontwikkelen op een manier waardoor ze beter worden en uiteindelijk de andere verdrijven. De beste antistoffen worden dus geselecteerd."

Duidelijk? Misschien nog niet. Onthoud: de cellen muteren, ze veranderen. De cel die overblijft, functioneert beter dan de andere. Even terug naar het virus, want daar gebeurt exact hetzelfde: de deltavariant verdreef de alfavariant omdat deze besmettelijker was. Van die alfavariant horen we nu niks meer. Datzelfde lijkt nu met de deltavariant te gebeuren omdat omikron besmettelijker lijkt. De beste antistoffen strijden dus straks in de lichamen van mensen tegen de meest besmettelijke virusvariant.

Prikken in de toekomst

Boosteren helpt dus, want als je niets doet, neemt na verloop van tijd het aantal antistofcellen af. De vraag is: zitten we dan met z'n allen ons hele leven vast aan elk jaar prikken tegen het coronavirus?